top of page

Minder eetlust in de zomer: wat als eten nog moeilijker voelt?

Wanneer het warm is, hoor je vaak mensen zeggen: “Ik heb minder honger” of “Ik eet liever iets lichts vandaag.” Als je herstelt van een eetstoornis, kan zo’n uitspraak veel losmaken. Want wat als jij ook minder eetlust voelt? Mag je daar dan naar luisteren? Of gebruikt de eetstoornis de warmte om minder te eten?




Warmte kan iets doen met je eetlust

Tijdens onze live kregen we de vraag wat je kan doen bij minder eetlust in de zomer. Dat is een heel herkenbare vraag. Warme dagen kunnen ervoor zorgen dat je lichaam anders aanvoelt. Je bent misschien sneller moe, je hebt minder zin in warme maaltijden of je grijpt liever naar frisse dingen. Dat is op zich niet vreemd.


Tegelijk kan een eetstoornis daar heel snel op springen. Zeker wanneer je anderen hoort zeggen dat ze minder honger hebben door de warmte. Dan kan de eetstoornis zeggen: “Zie je wel, jij hoeft ook minder te eten.” Of: “Kies maar iets kleins, dat is normaal met dit weer.”


Daarom is het helpend om niet meteen automatisch mee te gaan met die gedachte, maar even te vertragen. Niet om jezelf te wantrouwen, maar om te kijken: wie is hier aan het woord? Mijn lichaam, mijn gezonde stuk of mijn eetstoornis? In de live werd ook benoemd dat honger- en verzadigingssignalen in herstel vaak nog niet volledig betrouwbaar zijn, zeker wanneer stress, paniek of eetstoornisgedachten meespelen.




Minder honger betekent niet automatisch minder nodig

Een belangrijke zin om mee te nemen is: minder eetlust betekent niet automatisch dat je lichaam minder voeding nodig heeft. Dat kan lastig zijn om te geloven, zeker wanneer je hoofd zegt dat je alleen mag eten als je duidelijk honger voelt.


Maar in herstel is eten vaak nog niet volledig intuïtief. Je lichaam en brein zijn opnieuw aan het leren wat veiligheid, regelmaat en voldoende voeding betekenen. Daardoor kan het nodig zijn om je structuur te blijven volgen, ook wanneer je honger minder duidelijk aanwezig is.


Zeker bij warm weer heeft je lichaam nog altijd zorg nodig: voldoende energie, voldoende vocht, regelmaat en rust. Wanneer je maaltijden begint over te slaan, kan dat de eetstoornis net meer ruimte geven. Misschien merk je dat niet meteen lichamelijk, maar vaak wel in je hoofd: meer twijfel, meer controle, meer schuldgevoel, meer bewegingsdrang of meer angst bij het volgende eetmoment.



Frisser eten mag

Structuur behouden betekent niet dat je altijd exact hetzelfde moet eten. Je mag in de zomer zeker kiezen voor maaltijden die frisser, zomerser of haalbaarder aanvoelen. Dat kan net helpend zijn.


Denk bijvoorbeeld aan:

  • een wrap

  • een koude pastasalade

  • een couscoussalade

  • een broodmaaltijd

  • een picknick

  • een yoghurtmaaltijd met voldoende aanvulling

  • koude aardappelen of rijstsalade

  • een maaltijdsalade


Het belangrijke woord hier is: volwaardig. Een salade is niet automatisch een volwaardige maaltijd omdat er groenten in zitten. En “fris” hoeft niet te betekenen “zo weinig mogelijk”. Bij een hoofdmaaltijd blijft het belangrijk dat er voldoende bouwstenen aanwezig zijn.


Een volwaardige maaltijd bevat meestal:

  • koolhydraten, zoals brood, pasta, rijst, aardappelen, couscous of wraps;

  • eiwitten, zoals kaas, ei, vis, vlees, tofu, peulvruchten, yoghurt of andere alternatieven;

  • vetten, zoals olie, dressing, pesto, hummus, avocado, noten of andere vetbronnen;

  • groenten of fruit, als aanvulling, niet als enige basis.

Zo kan je rekening houden met de warmte, zonder dat je eetstoornis de maaltijd kleiner maakt dan wat je nodig hebt.




Let op voor “licht” als eetstoornistaal

In de zomer wordt er veel gesproken over lichte maaltijden. Op zich is daar niets mis mee. Maar bij een eetstoornis kan het woord “licht” soms een andere betekenis krijgen. Dan betekent het niet meer fris, zomers of aangenaam. Dan betekent het: veilig, klein, controleerbaar of zo weinig mogelijk.


Daarom kan het helpen om jezelf zacht een paar vragen te stellen:

  • Kies ik dit omdat het fris en aangenaam voelt?

  • Of kies ik dit omdat mijn eetstoornis het veilig vindt?

  • Is deze maaltijd voldoende volwaardig?

  • Zou mijn gezonde stuk dit ook kiezen?

  • Heb ik hierover best even afstemming nodig met mijn diëtist of hulpverlener?


Je hoeft daar niet perfect op te antwoorden. Het gaat er niet om dat elke keuze meteen helemaal “juist” moet zijn. Het gaat erom dat je leert opmerken wanneer een keuze vanuit zorg komt, en wanneer ze vooral vanuit angst komt.



Structuur blijft houvast, ook op warme dagen

Warme dagen, vakantie en uitslapen kunnen je ritme door elkaar halen. Misschien ontbijt je later, eet je op andere momenten of loopt je dag minder voorspelbaar. Dat hoeft niet meteen fout te zijn. Maar het is wel belangrijk dat je niet begint te schrappen.


Als je later opstaat, kan je je eetmomenten misschien wat verschuiven. Je ontbijt kan later zijn en je lunch misschien ook. Een tussendoortje kan soms aansluiten bij een ander eetmoment. Maar probeer je basis niet zomaar los te laten. In de live werd benadrukt dat het overslaan van eetmomenten snel een patroon kan worden waar de eetstoornis opnieuw meer grip op krijgt.


Een helpende gedachte kan zijn: “Ik mag mijn ritme aanpassen aan de dag, maar ik hoef mijn zorg voor mezelf niet los te laten.” Dat is een belangrijk verschil. Flexibiliteit betekent niet dat je minder zorg nodig hebt. Het betekent dat je zoekt hoe je die zorg op een haalbare manier kan blijven geven.



Wat als iedereen rondom jou minder lijkt te eten?

Dit is voor veel mensen in herstel moeilijk. In de zomer hoor je sneller opmerkingen zoals: “Ik heb echt geen honger door de warmte” of “Ik eet gewoon iets kleins.” Je eetstoornis kan daar meteen een vergelijking van maken: “Waarom moet ik dan wel eten?”


Maar iemand anders zijn eetlust zegt niets over jouw herstel. Je ziet nooit het volledige verhaal. Je weet niet wat die persoon eerder at, later nog eet, nodig heeft of hoe die persoon omgaat met eten. En zelfs als iemand anders effectief minder eet, betekent dat niet dat jouw lichaam plots minder nodig heeft.


Jij bent aan het herstellen. Jouw lichaam heeft misschien net regelmaat nodig. Jouw brein heeft misschien net herhaling nodig om opnieuw veiligheid te voelen. Dat maakt jou niet overdreven, moeilijk of “anders op een slechte manier”. Dat maakt jouw herstel persoonlijk.



Een kleine oefening: warmte of eetstoornis?

Wanneer je merkt dat je minder eetlust voelt of de neiging hebt om minder te eten, kan je even stilstaan bij deze vragen.

1. Wat merk ik in mijn lichaam? Bijvoorbeeld warmte, vermoeidheid, spanning, stress, misselijkheid of loomheid.

2. Wat zegt mijn eetstoornis hierover? Bijvoorbeeld: “Je hebt geen honger, dus je hoeft niet te eten” of “Kies maar iets heel kleins.”

3. Wat zegt mijn gezonde stuk? Bijvoorbeeld: “Ik heb misschien minder zin, maar mijn lichaam heeft wel voeding nodig.”

4. Wat is een haalbare, volwaardige optie? Bijvoorbeeld een frisse maaltijd met koolhydraten, eiwitten en vetten, of een eetmoment dat iets aangepast is maar niet overgeslagen wordt.

5. Wie kan mij helpen meedenken? Bijvoorbeeld je diëtist, hulpverlener, ouder, partner, vriend(in) of iemand bij wie je eerlijk mag zijn.



Deze oefening is niet bedoeld om jezelf te controleren. Ze helpt je om even ruimte te maken tussen de eerste eetstoornisgedachte en wat je daarna doet.



Je hoeft dit niet alleen uit te zoeken

Als eten in de zomer moeilijker wordt, bespreek het dan met je diëtist of hulpverlener als je die hebt. Zij kunnen mee kijken hoe je maaltijden zomerser, frisser of haalbaarder kan maken, zonder dat je herstel onder druk komt te staan.


Heb je nog geen hulpverlening, sta je op een wachtlijst of twijfel je of jouw vraag “erg genoeg” is? Dan mag je die vraag ook stellen. Net daarvoor zijn onze lives er ook: voor vragen die misschien in je hoofd blijven rondgaan, maar die je niet goed durft te stellen aan je omgeving of hulpverlener.



Stuur jouw vraag door voor de volgende live

Tijdens onze maandelijkse lives beantwoorden we vragen rond eetstoornissen, herstel en alles wat daarbij komt kijken. Dat kunnen grote vragen zijn, maar ook heel praktische vragen zoals:

  • “Wat als ik minder eetlust heb door de warmte?”

  • “Hoe weet ik of iets flexibiliteit is of eetstoornisgedrag?”

  • “Wat als ik op vakantie mijn schema niet durf volgen?”

  • “Hoe maak ik een frisse maaltijd volwaardig genoeg?”

  • “Wat als ik geen diagnose heb, maar wel veel stress ervaar rond eten?”


Je vraag hoeft niet perfect geformuleerd te zijn. Als iets in je hoofd blijft hangen, is dat al reden genoeg om het serieus te nemen.


Heb jij een vraag die je niet goed durft te stellen? Stuur ze gerust door via DM of mail. Misschien nemen we ze mee in onze volgende live.

 
 
 

Opmerkingen


Volgen

  • Facebook
  • Instagram

©2026 door ESpoir.

bottom of page